Buiten is het 28 graden …

… binnen zitten we massaal te mokken. Wat een hitte, niet normaal meer. En dan die pluizen. Wie verzint er nou populieren in een bewoond dorp, langs een bewoonde straat met bewoonde huizen? Waar denk je dat al die pluizen dan terecht komen dan? Ja, precies. En dat terwijl we eigenlijk met de familie wilden barbequen. Maar dat gaat dus niet door. Die dingen blijven plakken op je lippen, kleven aan je haar en als de bbq-bakker even niet oplet, bederft zo’n pluis ook nog je bruingebakken knoflookworstje en die tot het moment van de natuuraanslag zo smakelijk ogende hamburger. Neen, kappen. Ik zeg doen.

Dat groenonderhoud is trouwens sowieso een crime natuurlijk. Laatst begon Rinus Beusenberg er in de gemeenteraad ook over. Dat het riet aan het fietspad langs de Bennebroekerweg wel zóóó hoog stond, dat het bij een zuchtje wind omklapte en zomaar op het fietspad belandde. Of daar maar niet eens wat aan gedaan kon worden? Een live, tegenover het ganse college geuite, hartekreet derhalve. Waar de sociale media zich trouwens al langer als de vergaarbak van allerhande protest tegen het oprukkende, woeste, nietsontziende groen hebben bewezen. Voorbeelden? Door riet overwoekerde sloten, niet volledig gemaaide grasvelden, hondenuitlaatstroken waarin een labradoedel van gemiddelde grootte zomaar spoorloos kan raken. Doffe natuurellende dus. Het tegenovergestelde komt trouwens ook voor, heb ik ontdekt. Protesten tegen het maaien van hoog gras vermengd met fraaie wilde polderbloemen; een oase voor de bijen die het daardoor ineens ook niet meer weten en pardoes massaal hun heil zoeken bij mensen onder het dak van hun schuurtje. Saillant voorval: onlangs meldden de sterkste bijen onder de verstotenen zich hoogstpersoonlijk ten huize van de verantwoordelijk wethouder zelf, teneinde aldaar hun beklag te doen. Zij wist zich kennelijk even geen raad en riep ‘help’ op het sociale mediaplein. Het schijnt in der minne te zijn geschikt.

Ik kom net terug van een blokje om met de hond. Ik spotte hier in het dorp zo’n rij populieren en heb ze toch even bedankt voor hun goede diensten. Onder meer voor de schaduw en de zuurstof. In de siervijver zag ik de waterklotsende kolken van spelende jonge graskarpers. En ik dankte in stilte de maaiers, die door het hoge riet te laten staan de gretige vissers voor even op gepaste afstand hielden. Verderop zag ik een oude vrouw tussen het hoge gras van een veld scharrelen. Ze zal toch niet haar chihuahua kwijt zijn geraakt, dacht ik geschrokken? Eenmaal rechtop knoopte ze een poepzakje dicht. Ze liep door, schuifelend, heel rustig. Buiten is het namelijk nog steeds 28 graden …

Henny Beijer

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.